load
load
load
load
load
load
load
load
Sugarcane will be shutting down on June 30, 2018. For more information, .

Teleac_PT-NL

a data set by Biram
created December 2, 2016
COPY & EDIT
FAMILY TREE
Create a game to test your knowledge!
See all 0 games!
See fewer games
PortuguésNederlands
à direitarechts
à esquerdalinks
à parteapart
a partir devanaf
à vontadegemakkelijk, op zijn, haar gemak
abertoopen
aborrecidovervelend
abrilapril
abriropenen
acabar de (fazer)net (gedaan) hebben
aceitaraccepteren
acordo, oakkoord
aeroporto, ovliegveld
agoranu
agostoaugustus
agradecerbedanken
água, awater
aguardente, abrandewijn
daar
ai não?o nee?
aindanog
ainda bemmaar goed ook
ajuda, ahulp
alentejanovan de Alentejo
alface, osla
algodão, okatoen
algumenig, een
algumaenig, een (v)
alguma coisaiets
alho fancês, oprei
alho, oknoflook
alidaar
almoçarlunchen
altolang, hoog
alugarhuren
amanhãmorgen
amarelogeel
ambiente, osfeer
ameixa, apruim
amiga, avriendin
amigo, ovriend
amor, olief, geliefde
andarlopen
andar degaan met (vervoer)
andar de bicicletafietsen
andar, overdieping
aniversário, overjaardag
ano, ojaar
antes devoor (tijd, plaats)
antibiótico, oantibioticum
antigoantiek, oud
aoaan de, naar de
apartamento, oappartement
apertarvastmaken
aprenderleren
aquecimento, overwarming
aqueduto, oaquaduct
aqueladat, die (v)
aqueledat, die
aquihier
arquitetura, aarchitectuur
arranjarregelen
arredores, osomgeving
arroz doce, orijstepap
arroz, orijst
às ... horasom ... uur
assimzo
assinarondertekenen
assistente, o/aassistent
atétot
até atot aan
até à vistatot ziens
atenderte woord staan
atendidogeholpen
aterrarlanden
atraso, overtraging
atum, otonijn
autênticoauthentiek
autocarro, obus
auto-estrada, aautoweg
avó, agrootmoeder
avô, ogrootvader
azeitona, aolijf
azulblauw
azulejo, otegel
bacalhau, ostokvis
baixolaag
banana, abanaan
banco, obank
baratogoedkoop
barco, oboot
barraca, astrandtentje
barriga, abuik
barulho, olawaai
batata, aaardappel
bateria, aaccu
beberdrinken
begebeige
beijo, okus
bemgoed
bem-vindowelkom
beringela, aaubergine
bicha, afile, rij
bicicleta, afiets
bilhete de ida e volta, oretourtje
bilhete de ida, oenkeltje
blusa, ablouse
boa (v)goed
boa sorteveel geluk
boca, amond
bodas de ouro, asgouden bruiloft
boletim meteorológico, oweerbericht
bom (m)goed
bom apetiteeet smakelijk
bonitomooi
braço, oarm
brancowit
brincargrapje maken, spelen
cabeça, ahoofd
cabelo, ohaar
caberpassen
cada veztelkens
cadeira, astoel
calçaraandoen (aan voeten)
caldeirada, avisstoofschotel
caldo verde, ogroene soep
calor, ohitte
cama de casal, atweepersoonsbed
cama de criança, akinderbed
cama, abed
câmara municipal, agemeentehuis
caminho, oweg
campeonato, okampioenschap
cansadomoe
cantarzingen
caravana, acaravan
carne, avlees
caroduur
carraça, ateek
carregaropladen
carrinha, abusje
carro, oauto
carta, abrief
cartão de crédito, ocreditcard
casa de banho, abadkamer
casa, ahuis
casaco, ojasje
casadogetrouwd
casamento, ohuwelijk
castanhobruin
castelo, okasteel
categoria, acategorie
cebola, aui
cenoura, awortel
centro comercial, owinkelcentrum
centro de saúde, ogezondheidspost
centro, ocentrum
cereja,akers
cerveja, abier
céu, ohemel
chá, othee
chamar-seheten
chatovervelend
chave, asleutel
chegada, aaankomst
chegaraankomen
cheiovol
cheirarruiken
chourico, oworst
choverregenen
chuva, aregen
cibercafé, ointernetcafé
cidade, astad
cidadela, acitadel
cidade-museu, amuseumstad
cincovijf
cinquentavijftig
cinto de segurança, oveiligheidsgordel
cinzentogrijs
claroduidelijk, natuurlijk, licht
classe, aklasse
cliente, o / aklant
clima, oklimaat
coisa, ahet ding, iets
commet
com certezajazeker
comandante, ocaptain
combinadoafgesproken
comboio, otrein
comentário, ocommentaar
comereten
comida, avoedsel
comohoe
companhia, abedrijf
comprarkopen
compras, asinkopen
computador, ocomputer
conhecerkennen
conheço (conhecer)ik ken
conseguirerin slagen, kunnen
consigo (conseguir)ik kan
consulta, aafspraak (bij arts)
conta, arekening
contacto, ocontact
contentetevreden
contentor, ocontainer
contigomet jou
continuarverdergaan
controlarcontroleren
conversarpraten
convidadouitgenodigd
convidaruitnodigen
copo, oglas
cor, akleur
coração, ohart
cor-de-laranjaoranje
cor-de-rosaroze
corpo, olichaam
correrhardlopen
costas, asrug
couve, okool
couve-flor, obloemkool
cozidogekookt
criança, akind
cruzamento, okruispunt
culpa, aschuld
cultura, acultuur
cunhada, aschoonzus
cunhado, ozwager
custarkosten
dançardansen
daquelasvan die (v)
daquihier vandaan
daqui aover (tijd), van hier tot (plaats)
devan, uit
de acordoafgesproken
de nadageen dank
de trásvan achteren
declarardeclareren
deixarlaten
delavan haar, haar
delevan hem, zijn
demaiste erg
dente, otand, kies
depender deafhangen van
depoisdaarna
depois dena
depositarneerzetten, storten
depressasnel
descansaruitrusten
descanso, orust
desceruitstappen
desculpa, aexcuus
desculpepardon, sorry
desejarwensen
despedida, aafscheid
desporto, osport
dessesvan die
desta vezdeze keer
destesvan deze
desvio, owegomleiding
devagarlangzaam
deverwel zullen, moeten
deztien
dezembrodecember
dezoitoachttien
dia, odag
diarreia, adiarree
difícilmoeilijk
diga (dizer)zeg het maar
dinheiro, ogeld, contant
direção, arichting
direitorechter
discoteca, adiscotheek
dizerzeggen
do quedan (vergelijking)
doce, ozoetigheid
dói (doer)het doet pijn
doistwee
domingo, ozondag
dona, aeigenares
dondewaarvandaan
dono, oeigenaar
dor de cabeça, ahoofdpijn
dor, apijn
dormirslapen
dose, aportie
dozetwaalf
duastwee
dumvan een
dumavan een (v)
dúvida, atwijfel
duzentostweehonderd
dúzia, adozijn
een
é (ser)hij, zij, u, het is
é penahet is jammer
é precisohet is nodig
é verdadedat is zo
elazij, haar
elaszij (mv., v.)
elehij, hem
eleszij (mv., m.)
emin, op, bij
em frenterechtdoor, aan de voorkant
embarcarinstappen
embrulharinpakken
ementa, amenukaart
empregada, awerkneemster, kamermeisje
empregado, owerknemer, bediende
encontrarvinden
enfermeiro, overpleegkundige
engano, overgissing
entãodus
entrada, avoorgerecht
és (ser)jij bent
escreverschrijven
escurodonker
espanhol, oSpanjaard
espinafre, ospinazie
esquecer-se devergeten
essadat, die (v)
essedat, die
estadeze, dit (v)
está (estar)u, hij, zij, het is
estação de serviço, aservicestation
estação dos caminhos de ferro, atreinstation
estação rodoviária, abusstation
estação, astation
estacionadogeparkeerd
estacionamento, oparkeren
estacionarparkeren
estão (estar)jullie, u, zij zijn
estarzijn
estar aaan het ... zijn
estar comhebben
estar de fériasop vakantie zijn
estás (estar)jij bent
estedeze, dit
estômago, omaag
estou (estar)ik ben
estrada, aweg
estudarstuderen
euik
euro, oeuro
exatamenteprecies
exemplo, ovoorbeeld
experimentarproberen
explicaruitleggen
faça o favor dealstublieft
fácilmakkelijk
fado, ofado
faixa, arijbaan
falarspreken
faltarontbreken
família, agezin, familie
fantásticofantastisch
farmácia, aapotheek
faz favorpardon! ;alstu blieft
faz malhet is erg
fazerdoen, maken
fazer compraswinkelen
febre, akoorts
fechadogesloten
felizgelukkig
férias, asvakantie
festa, afeest
festejarvieren
fevereirofebruari
fiambre, oham
ficarzijn, verblijven, worden
figo, ovijg
filha, adochter
filho, ozoon, kind
fim, oeinde
fixetof
flamenco, oflamenco
fogão, ofornuis
foi (ser)hij, zij, u, het was
fome, ahonger
forno, ooven
fortesterk
foto, afoto
francêsFrans
francesaFrans (v)
frango, okip
frescokoel, vers
friokoud
fritarfrituren
fritogefrituurd
fruta, afruit
funcionarwerken, functioneren
furo, ogat
futebol, ovoetbal
galão, okoffie verkeerd
galo, ohaan
gamba, agrote garnaal
garagem, agarage
garganta, akeel
garrafa, afles
gasolina, abenzine
gelado, oijsje
gente, amensen
gostar dehouden van
gosto, osmaak, genoegen
grama, ogram
grau, ograad
grelhargrillen
gripe, agriep
guardarbewaren, bewaken
guarda-sol, oparasol
er is, er zijn, sinds, geleden
herdade, alandgoed
história, ageschiedenis
históricohistorisch
hojevandaag
Holanda, aNederland
holandêsNederlands
holandesaNederlands (v)
homem, oman
hora, auur
hospedadogehuisvest
hotel, ohotel
idade média, amiddeleeuwen
ideia, aidee
igreja, akerk
igualgelijk
imperial, atapbier
inchaço, ozwelling
incluídoinclusief
incluindoinbegrepen
informação, ainformatie
informativoinformatief
inglêsEngels
insecto, oinsect
interessanteinteressant
intestinos, osingewanden
irgaan, zullen
irmã, azus
irmão, obroer
al, dadelijk
já nãoniet meer
janeirojanuari
janela, araam
joelho, oknie
jogarspelen (spel, sport)
jogar futebolvoetballen
jogar ténistennissen
jogar vóleibolvolleybalen
julhojuli
junhojuni
daar
lado, okant
lamentarbetreuren
laranja, asinaasappel
lata, ablikje
lavandaria, awasserij, wasruimte
lavarwassen
legumes, osgroenten
leite, omelk
lembrar-se dezich herinneren
levarnemen, duren
limão, ocitroen
limparschoonmaken
limposchoon
lindomooi, lieflijk
linguado, otong (vis)
linha, alijn
livrevrij
lixo, ovuilnis
lógicologisch
logodirect, straks
loja, awinkel
longever
longolang
louça, aaardewerk, vaat
lulas, asinktvis
luz, alicht
maça, aappel
madeira, ahout
madurorijp
mãe, amoeder
maiomei
maiorgroter
maisnog, meer
mais ... do quemeer ... dan
mais ou menosongeveer
mais tardelater
mala, akofferbak
mandarsturen
manhã, aochtend
mão, ahand
mapa, oplattegrond
máquina de lavar louça, avaatwasser
máquina, amachine
maravilha, awonder
marcarafspreken
marçomaart
marido, oman, echtgenoot
marquês, omarkies
masmaar
mata, abos
mauslecht
medicamento, omedicijn
médico, oarts
meiohalf
melancia, awatermeloen
melão, omeloen
melhorbeter
mergulharduiken
mês, omaand
mesmozelfde, zelfs, echt
meumijn
micro-ondas, amagnetron
minhamijn
minuto, ominuut
mixtogemengd
modelo, omodel
moeda, amunt
molhadonat
momento, omomentje
morango, oaardbei
morarwonen
mousse de chocolate, achocolademousse
mudaroverstappen
muitas vezesvaak
muitozeer, veel
mulher, avrouw
multa, aboete
muro, omuur
museu, omuseum
música, amuziek
nain, op, bij + lidw a
nadaniets
nadarzwemmen
nãonee, niet, geen
não dádoet het niet
não é?nietwaar?
nariz, oneus
natas, asroom
neta, akleindochter
neto, okleinzoon, kleinkind
ninguémniemand
nível, oniveau, peil
nobre, oedele
noite, aavond, nacht
nome, onaam
nóswij, ons
nossoonze
novenegen
novembronovember
novonieuw, jong
nubladobewolkt
número, onummer
ode, het
o que?wat?
obras, aswerkzaamheden
obrigadadank u wel (v)
obrigadodank u wel
óculos, osbril
ocupadobezet
oeste, owesten
ofereceraanbieden
oficina, awerkplaats, garage
oitoacht
oláhallo
óleo, oolie
olho, ooog
ombro, oschouder
onda de calor, ahittegolf
onda, agolf
ondewaar
ontemgisteren
orelha, aoor
originalorigineel
ótimoprima
ouro, ogoud
outra vezopnieuw
outroandere
outubrooktober
ovo, oei
paciência, ageduld
pacote, opak
padaria, abakker
pagamento antecipado, ovoorschot
pagarbetalen
pai, ovader, ouder
país, oland
paisagem, alandschap
palavra, awoord
pão, obrood
papel higiénico, otoiletpapier
papel, opapier
paranaar, om te, voor
parabénsgefeliciteerd
paragem, ahalte
pararstoppen
parecerlijken
parque de campismo, ocamping
parque, opark
partida, avertrek
partirvertrekken
passageiro, opassagier
passaporte, opaspoort
passarpasseren, doorgeven
passar porgaan langs
passar-segebeuren
passearwandelen
passeio, owandeling, tochtje
pastel de nata, oroomtaartje
pastilha, atablet
pé, ovoet
peça, astuk, deel
pedirvragen, verzoeken
peixe, ovis
peladoor, langs, voor de/het
pelodoor, langs, voor de/het
pelo caminhoonderweg
pensando (pensar)denkend
pensão, apension
pensardenken
pepino, okomkommer
pequenoklein
pêra, apeer
perceberbegrijpen
perdidoverdwaald, verloren
pergunta, avraag
perguntarvragen
perna, abeen
pertodichtbij
perto dedicht bij
pescada, awijting
pêssego, operzik
pessoa, apersoon
picada, asteek, beet
pimento, opaprika
piri-piri, opeper
piscina, azwembad
pista, alandingsbaan
plataforma, aperron
pneu, oband
pode sergraag
pode ser?is dat goed?
ponto, opunt
pôrleggen, zetten, doen in
por exemplobijvoorbeeld
por volta deomstreeks
porco, ovarken
porquewant, omdat
porquê?waarom
porta, adeur
porta-bagagem, okofferbak
portagem, atol
portantodus
portuguêsPortugees
positivopositief
possívelmogelijk
posso (poder)ik kan
posto de turismo, oV.V.V.
poucobeetje, weinig
pousada, astaatshotel
praça, aplein
praia, astrand
prancha, asurfplank
praticarbeoefenen
práticopraktisch
prato principal, ohoofdgerecht
prato único, oeenpansgerecht
prato, ogerecht, bord
precisar demoeten, nodig hebben
preço, oprijs
prefiro (preferir)ik wil liever
presente, ocadeautje
pretozwart
prima, anicht
primeiroeerste
primo, oneef
principalbelangrijkste
problema, oprobleem
professor, oleraar
programa, oprogramma
provarproeven
provavelmentewaarschijnlijk
próximovolgend
pudim flan, ocaramelpudding
pudim, opudding
pulso, opols
qualwelk, wat
quarentaveertig
quarta-feira, awoensdag
quartovierde
quarto, okamer
quasebijna
quatrovier
quedie, dat, wat voor
que penawat jammer
quê?wat?
que...!wat ...!
queijo, okaas
quemwie
quentewarm
quer (querer)willen
quererwillen
queria (querer)ik zou willen
queríamos (querer)wij zouden willen
quilo, okilometer
quilómetro, okilometer
química, ascheikunde
quinta-feira, adonderdag
quintovijfde
quinzevijftien
rampa de acesso, aoprit
receitarvoorschrijven
recém-casadopas getrouwd
recepçao, areceptie
recepcionista, o/areceptionist
refresco, ofrisdrank
regularmenteregelmatig
renda, ahuur
renovação, arenovatie
renovarvernieuwen
repetirherhalen
reserva, areservering
reservadogereserveerd
resolveroplossen
resolvidoopgelost
restaurante, orestaurant
românticoromantisch
rotunda, arotonde
rua, astraat
sábado, ozaterdag
saberweten
saborososmakelijk
saco, ozak
saída, aafrit
sairuitgaan
sala de estar, awoonkamer
salada, asalade
sandália, asandaal
sande, abroodje
são (ser)jullie, u, zij zijn
sapataria, aschoenwinkel
sapato, oschoen
sardinha, asardientje
saudade, agemis, heimwee
saúde, agezondheid, gezondheidszorg
secador, oföhn
secardrogen
século, oeeuw
segunda-feira, amaandag
segundovolgens, tweede
seguros, osverzekering
sei (saber)ik weet
seiszes
semzonder
semáforo, overkeerslicht
semana, aweek
senhor, omeneer, u
senhora, amevrouw, u
sentar-segaan zitten
separadogescheiden
separarscheiden
ser dekomen uit, zijn van
serviço, oservice, bediening
sessentazestig
setezeven
setembroseptember
seuuw
sexta-feira, avrijdag
sextozesde
simja, wel
simpáticoaardig
simpleseenvoudig
sinal de trânsito, overkeersbord
sinto (sentir)ik voel
sirvo (servir)ik dien op, serveer
site, osite
slechts, alleen
sobreover
sobremesa, adessert
sobrinha, anichtje
sobrinho, oneefje
sograschoonmoeder
sogro, oschoonvader
sol, ozon
sombra, aschaduw
somos (ser)we zijn
sopa, asoep
sorte, ageluk
sou (ser)ik ben
suauw
subirnaar boven gaan
suite nupcial, abruidssuite
sujovies
sumo, osap
supermercado, osupermarkt
surfarsurfen
surpresa, averrassing
talvezmisschien
tamanho, omaat
tambémook
tangerina, amandarijn
tantozo veel
tãozo
tarde, amiddag
telefonarbellen
telefonema, otelefoontje
telemóvel, omobieltje
televisão, atelevisie
tem (ter)u, hij, zij, het heeft
têm (ter)jullie, u, zij hebben
temos (ter)we hebben
temperatura, atemperatuur
templo, otempel
tempo, otijd, weer
tenda, atent
tenho (ter)ik heb
tens (ter)jij hebt
terhebben
ter quemoeten
ter razãogelijk hebben
terça-feira, adinsdag
terceiroderde
teremte hebben
tia, atante
tintorood (van wijn)
tio, ooom
típicotypisch
tipo, osoort
toalha de banho, abadhanddoek
toalha, ahanddoek
toda ade hele, het hele (v)
toda a genteiedereen
todasallemaal, allen (v)
todo ode hele, het hele
todosallemaal, allen
todos osalle
tomar banhobaden
tomar solzonnebaden
tomate, otomaat
torneira, akraan
torrada, atoast
torta, ataart
tossirhoesten
tosta, atosti
trabalharwerken
trabalho, owerk
tradição, atraditie
trago (trazer)ik breng
trânsito, overkeer
traz (trazer)hij, zij, u brengt
trazerbrengen
trêsdrie
trezedertien
trezentosdriehonderd
trintadertig
tristeverdrietig
troco, owisselgeld
tropicaltropisch
trovoada, aonweer
tudoalles
turista, o/atoerist
umeen, één (m)
umaeen, één (v)
únicouniek, enig
universidade, auniversiteit
uva, adruif
vai (ir)u, hij, zij, het gaat/zal
vais (ir)jij gaat/zult
vamoswe gaan/zullen
vamos (ir)we gaan/zullen
vão (ir)jullie, u, zij gaan/zullen
varanda, abalkon
variedade, asoort
váriosverschillende
vê (ver)u, hij, zij ziet
vêem (ver)jullie, u, zij zien
vejo (ver)ik zie
velhooud
vem (vir)u, hij, zij komt
vêm (vir)jullie, u, zij komen
venho (vir)ik kom
vens (vir)jij komt
vento, owind
verdade, awaarheid
vermelhorood
vês (ver)jij ziet
vez, akeer
viagem, areis
viajarreizen
vida, aleven
vidro, oglas
vinho, owijn
vintetwintig
violetapaars
virkomen
virarafslaan
visitarbezoeken
viverleven, wonen
vizinha, abuurvrouw
vizinho, obuurman
vocêsjullie
voltarterugkeren
vomitarovergeven
vou (ir)ik ga
zona, astreek
Ready to learn about Teleac_PT-NL?