load
load
load
load
load
load
load
load
Sugarcane will be shutting down on June 30, 2018. For more information, .

Teleac_ES-NL

a data set by Biram
created December 2, 2016
COPY & EDIT
FAMILY TREE
Create a game to test your knowledge!
See all 0 games!
See fewer games
EspañolNederlands
aan boord gaan/instappenembarcar
aan het eind vanal final
aanbevelenrecomendar
aangenaam/behaaglijkagradable
aardbeifresa, la
achterinal fondo
afhangen van/afhankelijk zijn vandepender de
alleen/slechtssolamente
alsmaar rechtdoortodo recto
alstublieft/alsjeblieftpor favor
amandeltaarttarta de almendra, la
andersdiferente
anders nog iets?¿algo más?
ansjovisanchoa, la
aperitief/borreltjeaperitivo, el
apotheekfarmacia, la
appelmanzana, la
aprilabril
armbrazo, el
augustusagosto
azijnvinagre, el
badkamercuarto de baño, el
bakkerpanadería, la
bananenplátanos, los
bankbanco, el
bedrijfcompañía, la
beenpierna, la
beetjepoquito, el
benedenabajo
beroemdfamoso
bestemmingdestino, el
betalenpagar
bewolktnublado
bijvoorbeeldpor ejemplo
binnendentro de
bordplato, un
boven oparriba de
BrusselBruselas
bureau voor toerisme/VVVoficina de turismo, la
busautobús, el
bushalteparada, la
cameracámara, la
centrumcentro, el
collegacolega, el
comfortabelcómodo
credit cardtarjeta de crédito, la
daarnaluego
dagdía, el
dag/tot ziensadiós
dagmenumenú del día, el
dan/noupues
dankgracias
dat spijt me/sorrylo siento
de (na-)middagtarde, la
de eerste linksla primera a la izquierda
de eerste rechtsla primera a la derecha
de eerste straatla primera calle
de hele weektoda la semana
de oproep/de mededelingaviso, el
de rechterkantderecha,la
de richting/het adresdirección, la
de tweede straatla segunda calle
decemberdiciembre
denkencreer
deurpuerta, la
dichtbijcerca
dinsdagmartes, el
dit jaareste año
dochterhija, la
doktermédico, el
donderdagjueves, el
doorpor
drietres
driepersoonskamerhabitación triple, la
drinkenbeber
druifuva, la
dubbel(e)doble
duidelijk/natuurlijkclaro
DuitslandAlemania
een beetjeun poco
een beetje raar/vreemdun poco raro
één van de besteuno de los mejores
eens kijkena ver
eersteprimer/primera
eetkamercomedor, el
eindefinal, el
elk/iedertodo
elke dagtodos los días
erg dichtbijmuy cerca
februarifebrero
feestferia, la/fiesta, la
flamencovoorstellingentablaos, los
flesbotella, una
fris/koel/versfresco
frisdrankrefresco, el
fruitfruta, la
gaan naarir a
gangpasillo, el
gebakken vispescado frito, el
gebeuren/aan de hand zijnpasar
geen dankde nada
gegrilde garnalengambas a la plancha
gehaktballetjesalbóndigas, las
geldautomaat/betaalautomaatcajero automático, el
geroosterd lamsvleescordero asado
geslotencerrado/cerrada
getrouwd zijnestar casado/casada
gevendar
gevulde paprika'spimientos rellenos
glascopa, la
glas whiskeyvaso de whiskey, el
goedbien
goedemiddagbuenas tardes
goedemorgen/goedendagbuenos días
goedenavondbuenas noches
hallohola
hamjamón, el
handdoektoalla, la
hebbentener
heel goedemiddagmuy buenas tardes
herfstotoño, el
het biljet/toegangsbewijs/kaartjebillete, el
het is elf uurson las once
het is feestes fiesta
het is half tweees la una y media
het is half vijfson las cuatro y media
het is kwart voor tweeson las dos menos cuarto
het is kwart voor zevenson las siete menos cuarto
het is tien over tweeson las dos y diez
het is tien uur preciesson las diez en punto
het is twee uurson las dos
het is vijf over vijfson las cinco y cinco
het is vijf voor drieson las tres menos cinco
hetenllamarse
hoe laat?¿a qué hora ?
hoe oud ben je?¿cuántos años tienes?
hoe?/wat?¿cómo?
hoeveel?¿cuánto?
hoeveel jaar?¿cuántos años?
hoofdcabeza , la
hoofdwegcarretera, la
hotelhotel, el
huiscasa, la
iets/beetjealgo
ijsmantecado
ijsjehelado, el
ik denk datsupongo
ik woonvivo
in de buurtpor aquí
in het totaal/bij elkaaren total
inktviscalamar, el/pulpo, el
inktvisringetjescalamares, los
ja
jaaraño, el
januarienero
jonger danmenor de
jongstemenor, el /menor, la
julijulio
junijunio
kaart /plattegrondmapa, el
kaartje/toegangsbewijsentrada, la
kaasqueso, el
kamerhabitación, la
kantlado, el
karafgarrafa, la
keelgarganta, la
keukencocina, la
kijkenmirar
kilokilo, el
kindniño, el
kinderenniños, los
klein kopje koffie met beetje melkcortado, el
knierodilla, la
knoflookajo, el
koelkastnevera, la
komenvenir
komkommerpepino, el
koolzuurgasgas
kopje koffie met melkcafé con leche, el
koudfresco
kunnen/mogenpoder
kwart voor achtlas ocho menos cuarto
laatste/uitersteúltimo
langzaam/zachtjesdespacio
leeftijdedad, la
lekker vinden/leuk vinden/bevallengustar
lepelcuchara, una
levenvivir
lichtluz, la
lichtjesluces, las
lijken opparecerse a
lijstlista, la
linkerkantizquierda, la
maagestómago, el
maandmes, el
maandaglunes, el
maarpero
maartmarzo
maken/doenhacer
makkelijkfácil
man/meneerseñor, el
marktmercado, el
medicijnmedicamento, el
meegaan met/begeleiden/gezelschap houdenacompañar
meer/meestmás
meimayo
meisjeniña, la
melkleche, la
menumenú, el
mescuchillo, un
metcon
met kipcon pollo
mevrouwseñora, la
mineraalwateragua mineral, el
mispelníspero, el
moeilijkdifícil
moetentener que
molensmolinos, los
momentmomento, el
mooibonito
mosselmejillón , el
mosselenmejillónes, los
museummuseo, el
muziekmúsica, la
naar rechtsa la derecha
naastal lado de
nachtennoches, las
nagerechtpostre, el
natuurlijkclaro
NederlandHolanda
neeno
neefsobrino, el
negennueve
nog een koffieotro café
noordennorte, el
novembernoviembre
nu meteenahora mismo
nu/op dit momentahora
oktoberoctubre
olijvenaceitunas, las
om twee uura las dos
om zeven uura las siete
onbewolktdespejado
ongeveeraproximadamente
ooktambién
oororeja, la
oosteneste, el
op vakantie zijnestar de vacaciones
openabierto/abierta
oudsteel mayor/la mayor
paprikapimiento, el
pardonperdona/perdone/perdón
paspoortpasaporte, el
peperpimienta, la
per persoonpor persona
persoonpersona, la
perzikmelocotón, el
peterselieperejil, el
pijn doendoler
plattegrond van het centrumun mapa del centro
pleinplaza, la
pondmedio kilo
praktijkconsulta, la
praten/sprekenhablar
preciesexactamente
precies hieraquí mismo
probleemproblema, el
puddinkjetocino de cielo
raamventana, la
rechtdoortodo seguido
regenenllover
reizigers/passagiersseñores pasajeros, los
rekeningcuenta, la
reparerenreparar
rode wijnvino tinto, el
rugespalda,la
rustigtranquilo/tranquila
saladeensalada, la
sapzumo, el
schikt u dat?¿le va bien?
schoenzapato, el
schoolcolegio, el
schouderhombro, el
septemberseptiembre
servetservilleta, un
sherryjerez, el
sinaasappelnaranja, la
slalechuga, la
slaapkamerdormitorio, el
slechtmal
sleutelllave, la
soepsopa, la
sorry/pardonperdón
Spaansespañol, el
Spaans sprekenhablar español
stadciudad, la
stiertoro, el
straatcalle, la
strandplaya, la
supermarktsupermercado, el/hipermercado, el
taarttarta, la
tafelmesa, la
tandartsdentista, el
tapastapas, las
tasbolso, el
televisietelevisión, la
tennistenis, el
theaterteatro, el
tiendiez
tijd/periodetiempo, el
tijdschriftrevista, la
toiletbaño, el
toilet/badkameraseo, el/lavabo, el
toilettenservicios, los
tomatentomates, los
tortillatortilla, la
tothasta
tot zienshasta luego
trapescaleras, las
treintren, el
tuinjardín, el
tulpentulipanes, los
tweedos
tweeenzestig eurosesenta y dos euros
tweepersoonskamerhabitación doble, la
uusted
u (meervoud)ustedes
uiencebollas, las
uit de ovenal horno
uit La Manchamanchego
uitgeverijeditorial, la
uur/tijdhora, la
vakantie hebbentener vacaciones
van dienst zijn/helpenservir
vanafa partir de
vandaaghoy
vanille-ijshelado de vainilla
vanmiddagesta tarde
veel dankmuchas gracias
veel/zeermucho
verlejos
verkiezenpreferir
vertrekkensalir
verzekeringsmaatschappijuna compañía de seguros
viercuatro
vijf minutencinco minutos
vijfentwintigveinticinco
vispescado, el
viswinkelpescadería, la
vlakbij/juist/pal/meteenmismo
vluchtvuelo, el
voelensentir
voetpie, el
volwasseneadulto, el
voordelante de
voorjaarprimavera, la
vorktenedor, un
vreemdraro
vrijlibre
vrijdagviernes, el
waar?¿dónde?
waar vandaan?¿de dónde?
waarheen?¿adónde?
wanneer?¿cuándo?
warenhuisalmacén, el
warmtecalor, el
wasmachinelavadora, la
wat is dit?¿qué es esto?
wat kosten ze?¿cuánto cuestan?
wat zegt u?¿cómo dice?
welke?¿cuál?
wat?¿qué?
wateragua, el
weeksemana, la
werkentrabajar
wijnvino, el
winkeltienda, la
winterinvierno, el
witte wijnvino blanco, el
woensdagmiércoles, el
woonkamersalón, el
zaterdagsábado, el
zeggendecir
zegt u het maar¿dígame?
zestiendieciséis
zijnestar
zoals vandaagcomo hoy
zomerverano, el
zonsol, el
zondagdomingo, el
zondersin
zoon/kindhijo, el
zoutsal, la
zuidensur, el
zwarte koffie/espressocafé solo, el
hoe laat ?¿a qué hora ?
bovenarriba
de tasbolso, el
vijfcinco
hoeveel¿cuánto?
binendentro de
waar¿dónde?
bekend/beroemdfamoso
feest/kermis/marktferia, la
lekker vinden/leukgustar
vinden/bevallengustar
kind/jongetjeniño, el
telefoonnummernúmero de teléfono, el
westenoeste, el
luister¡oiga!
pescado frito, elgebakken vis
pescado, elvis
pie, elvoet
pierna, labeen
pimienta, lapeper
pimiento, elpaprika
pimientos rellenosgevulde paprika's
plátanos, losbananen
plato, unbord
playa, lastrand
plaza, laplein
poderkunnen/mogen
poquito, elbeetje
por aquíhier in de buurt
por ejemplobijvoorbeeld
por favoralstublieft/alsjeblieft
por personaper persoon
pordoor
postre, elnagerecht
preferirverkiezen
primavera, lavoorjaar
primero/primeraeerste
problema, elprobleem
puerta, ladeur
puesdan, nou
pulpo, elinktvis
¿qué?wat?
¿qué es esto?wat is dit?
queso, elkaas
rarovreemd
recomendaraanbevelen
refresco, elfrisdrank
repararrepareren
revista, latijdschrift
rodilla, laknie
sábado, elzaterdag
sal, lazout
salirvertrekken
salón, elwoonkamer
semana, laweek
señor, elman/meneer
señora, lamevrouw
señores pasajeros, losreizigers/passagiers
sentirvoelen
septiembreseptember
serzijn
servicios, lostoiletten
servilleta, unaservet
servirvan dienst zijn/helpen
sesenta y dos eurostweeenzestig euro
ja
sinzonder
sobrino, elneef
sol, elzon
solamentealleen/slechts
son las cinco y cincohet is vijf over vijf
son las cuatro y mediahet is half vijf
son las diez en puntohet is tien uur precies
son las dos menos cuartohet is kwart voor twee
son las dos y diezhet is tien over twee
son las doshet is twee uur
son las oncehet is elf uur
son las siete menos cuartohet is kwart voor zeven
son las tres menos cincohet is vijf voor drie
sopa, lasoep
supongoik denk dat
sur, elzuiden
tablaos, losflamencovoorstellingen
tambiénook
tapas, lastapas
tarde, lade (na-)middag
tarjeta de crédito, lacredit card
tarta de almendra, laamandeltaart
tarta, lataart
teatro, eltheater
televisión, latelevisie
tenedor, unvork
tener quemoeten
tener vacacionesvakantie hebben
tenerhebben
tenis, eltennis
tiempo, eltijd/periode
tienda, lawinkel
toalla, lahanddoek
tocino de cielopuddinkje
toda la semanade hele week
todoelk/ieder
todo rectoalsmaar rechtdoor
todo seguidorechtdoor
todos los díaselke dag
tomardrinken
tomates, lostomaten
toro, elstier
tortilla, latortilla
trabajarwerken
tranquilo, tranquilarustig
tren, eltrein
tresdrie
tulipanes, lostulpen
últimolaatste/uiterste
un poco raroeen beetje raar/vreemd
un pocoeen beetje
una compañía de segurosverzekeringsmaatschappij
uno de los mejoreséén van de beste
ustedu
ustedesu (meervoud)
uva, ladruif
vacaciones, lasvakantie
vaso, unglas
vaso de whiskey, elglas whiskey
veinticincovijfentwintig
venirkomen
ventana, laraam
verano, elzomer
viernes, elvrijdag
vinagre, elazijn
vino blanco, elwitte wijn
vino tinto, elrode wijn
vino, elwijn
vivirleven
vivoik woon
vuelo, elvlucht
zapato, elschoen
zumo, elsap
Ready to learn about Teleac_ES-NL?