load
load
load
load
load
load
load
load
Sugarcane will be shutting down on June 30, 2018. For more information, .

Teleac_DE-NL

a data set by Biram
created December 2, 2016
COPY & EDIT
FAMILY TREE
Play a game to test your knowledge!
See all 1 games!
See fewer games
DeutschNederlands
abbiegenafslaan
abermaar
abfahrenvertrekken
Abflussmenge, diehoeveelheid water die naar beneden valt, de
Abreise, dievertrek, het
Abteilung, dieafdeling, de
Adresse, dieadres, het
akzeptierenaccepteren
allergischallergisch
alsodus
altoud
Alter, dasleeftijd, de
am Apparataan de lijn/hier
Ampel/die Ampeln, dieverkeerslicht, het
andereandere
anderthalbanderhalf
anfangenbeginnen
ankommenaankomen
Ankunft, dieaankomst, de
anrufen(op)bellen
anwesendaanwezig
Apfelkuchen, derappeltaart, de
Apfelschorle, dieappelsap met spuitwater, het
Apfelstücke, diestukjes appel, de
arbeitenwerken
Arm, derarm, de
Armbrust, diekruisboog, de
auchook
auf Wiederhörentot horens
auf Wiedersehentot ziens
auffallenopvallen
auflockerndoorkomen van de zon
aufpassenoppassen
Augenblick, derogenblik, het
ausdruckenprinten
Ausflug, deruitstapje, het / excursie, de
ausfülleninvullen
ausgebenuitgeven
ausgehenuitgaan
ausgeschildert stehenaangegeven staan
aussteigenuitstappen
aussuchenuitzoeken
Auswahl, diekeuze, de
ausziehenuittrekken
Autokennzeichen, daskenteken/nummerbord, het
Badezimmer, dasbadkamer, de
Bahnhof, derstation, het
Bahnsteig, derperron, het
barcash
Baustelle, diebouwplaats, de
beantwortenbeantwoorden
Bedienung, dieserveerster/ober, de
begrüßenbegroeten
Beispiel, dasvoorbeeld, het
bekommenkrijgen
beleuchtenverlichten
benutzengebruiken
bereitklaar, gereed
bereitsreeds
Berg, derberg, de
beruflichvan beroep
beschimpfenuitschelden
besichtigenbezichtigen
besorgenhier: verzorgen
besserbeter
bestätigenbevestigen
bestimmtzeker, beslist
besuchenbezoeken
bewölktbewolkt
bezahlenbetalen
Bier, dasbier, het
Biergarten, dertuinrestaurant, het
billiggoedkoop
bistot
bis gleichtot dadelijk
bis nachhertot straks
bittealstublieft/alsjeblieft
bittenverzoeken
blaublauw
bleibenblijven
Blick, deruitzicht, het
Blitz, derbliksem, de
Bratkartoffeln, diegebakken aardappels, de
brauchennodig hebben
Brauerei, diebrouwerij, de
Breite, diebreedte, de
bringenbrengen
Brot, dasbrood, het
Brötchen, dasharde Duitse broodje, het
Brücke, diebrug, de
Bruder, derbroer, de
buchenboeken
buchstabierenspellen
Buchung, dieboeking, de
Bus, derbus, de
Campingplatz, dercamping, de
Chauffeur, derchauffeur, de
checkencontroleren
Chef, derchef, de
Code , dercode, de
Cola, die, diecola, de
Currywurst, diecurryworst, de
dankedankuwel/dankjewel
dankendanken
danndan, daarna
das stimmtdat klopt
das tut mir Leidhet spijt me
Dauerregen, deraanhoudende regen, de
deftigstevig
dennwant, dan
der Bahnhofstation, het
der Busbus, de
deutschDuits
Deutsche, der/dieDuitser/Duitse, de
Diener, derdienaar, de
Dienstag, derdinsdag, de
dieserdeze
Ding, dasding, het
direktdirect
Diskothek, diediscotheek, de
dochtoch, wel
Doppelzimmer, dastweepersoons kamer, de
dortdaar
dummdom
dumme Kuhdomme koe
dürfen - ich darf/Sie dürfenmogen toestemming hebben
Durst, derdorst, de
Dusche, diedouche, de
Dutzend, dasdozijn, het
Ecke, diehoek, de
eigentlicheigenlijk
einbegriffeninbegrepen
einfacheenvoudig
einfache Karte, dieenkele reis, de
eingebenintikken
einigeenkele
Einlass, dertoegang, de
einmaleenmaal, eens
Eintritt freitoegang gratis
Eintritt, dertoegang, de
Eintrittskarten, dietoegangskaarten, de
Eintrittspreise, dietoegangsprijzen, de
Einzelzimmer, daseenpersoonskamer, de
Eltern, dieouders, de
E-Mail, diee-mail, de
empfehlenaanbevelen
Endreinigung, dieeindschoonmaak, de
Enkelkind, daskleinkind, het
entschuldigenverontschuldigen
Entschuldigung!pardon, sorry, excuses
Entwicklungsabteilung, dieafdeling R&D (research & development), de
Erdgeschoss, dasparterre, de
erfahrenervaren
Erfahrung, dieervaring, de
Erlebnis, dasbelevenis, de
Ermäßigung, diekorting, de
Ermäßigungsberechtigtemensen die recht hebben op korting
Erwachsenevolwassenen
erwartenverwachten
erzählenvertellen
es gibter is, er zijn
es stimmtklopt, het
esseneten
etwasiets
etwas frageniets vragen
etwas schaffeniets voor elkaar krijgen
fahren/fährtrijden/varen/gaan
Fahrkarte, dietrein-, bus-, tramkaartje, het
Fahrkartenautomat, derkaartjesautomaat, de
Fahrkartenschalter, derkaartjesloket, het
Fahrstuhl, derlift, de
Fall, derwaterval, de
Familie, diegezin, het
Familienkarte, diegezinskaart, de
Fanta, diesinas, de
Farbe , diekleur, de
farbenblindkleurenblind
fastbijna
Fax, dasfax, de
fehlenontbreken, missen
Felsen, derrots, de
fertigklaar
findenvinden
Flasche, diefles, de sufferd, de
Fleisch, dasvlees, het
fliegenvliegen
Flug, dervlucht, de
Flugplatz, derluchthaven, de
Flugzeug, dasvliegtuig, het
Formular, dasformulier, het
Frage, dievraag, de
fragenvragen
FranzösischFrans
Frau, dievrouw, de
freivrij, gratis
Freitag, dervrijdag, de
Fremdenverkehrsamt, dasVVV, de
freuen (sich)blij zijn, zich verheugen
Freund, dervriend, de
Freundin, dievriendin, de
Frikadelle, diegehaktbal, de
Frühstück, dasontbijt, het
Frühstücksbufett, dasontbijtbuffet, het
Frühstücksraum, derontbijtzaal, de
Führerscheinrijbewijs, het
fürvoor
Fußweg, dervoetpad, het
Gabel, dievork, de
Gang, derversnelling, de
ganzheel, helemaal
gar nichthelemaal niet
garnialleen met ontbijt
Gebäude, dasgebouw, het
geben/es gibtgeven/er is
Geburtstag, derverjaardag, de
gegenübertegenover
gehengaan/lopen
gelbgeel
Geld, dasgeld, het
gelingenlukken
Gemüse, dasgroente, de
gemütlichgezellig
Gemütlichkeit, diegezelligheid, de
genauprecies
genuggenoeg
Gepäck, dasbagage, de
gepasstgepast
geradeausrechtdoor
gerngraag
Geschichte, diegeschiedenis, de
gesterngisteren
Gewitter, dasonweer, het
glaubengeloven, denken
gleichdadelijk
Gleis, dasspoor, het
Grillteller, dermixed grill, de
Größe, diemaat , de
grüngroen
guckenkijken
Haartrockner, derhaardroger, de
habenhebben
Hacksteak, dasgehakte biefstuk, de
Hähnchenschnitzel, daskipschnitzel, de
halbhalf
halten vonvinden van
Handynummer, diemobiele nummer, het
Hauptbahnhof, dercentraal station, het
Haus, dashuis, het
Hauswein, derhuiswijn, de
heißenheten
helllicht (kleur)
Helles, einlicht bier, een
Hemd, dasoverhemd, het
Herr, dermeneer, de
herzlichhartelijk
heutevandaag
heute Morgenvanmorgen
heute Nachmittagvanmiddag
hierhier
hinfahrenheengaan
hinkommener heen komen
Hoch, dashogedrukgebied, het
hoffentlichhopelijk
Höhe, diehoogte
höherhoger
holenhalen
Holländer, derHollander, de
hörenhoren
Hotel, dashotel, het
Hotelbesitzer, derhoteleigenaar, de
Hotelgäste, diehotelgasten, de
Hotelzimmer, dashotelkamer, de
Hügel, derheuvel, de
ich möchteik zou graag willen
Idee, dieidee, het
Imbiss, dercafetaria, de
in barcontant
in Ordnungin orde
Inhaber, derbezitter, de
Injektion, dieinjectie, de
insgesamtin totaal
Inventurliste, dieinventarislijst, de
irgend jemanddeze of gene
irren (sich)zich vergissen
Jahr, dasjaar, het
Jahreszeit, diejaargetijde, het
Jeans, diespijkerbroek, de
jedenfallsin elk geval
jederieder
jemandiemand
jetztnu
jeweilstelkens
Jot, dasletter j, de
Kabelfernsehen, daskabel-tv, de
Karaffe, diekaraf, de
Karte, diekaart, de
Kartoffeln, dieaardappels, de
Kasse, diekassa, de
Kassenzettel, derkassabonnetje, het
kaufenkopen
Kaufhaus, daswarenhuis, het
keingeen
Kilometer, derkilometer, de
Kino, dasbioscoop
klarduidelijk
Kleidung, diekleding, de
Kleinbus, derminibus, de
kletternklimmen
Kloster, dasklooster, het
knauserigvrekkig, zuinig
Kneipe, diekroeg, de
Koffer, derkoffer, de
kommenkomen
kompliziertgecompliceerd
Kondom, dascondoom, het
können - ich kann/Sie könnenkunnen
kostenkosten
Krankheit, dieziekte, de
Kräuterquark, derkruidenkwark, de
Kreditkarte, diecreditcard, de
Kreuzung, diekruising, de
Krieg, deroorlog, de
kriegenkrijgen
Kugelschreiber, derbalpen, de
Kunde, derklant, de
kurzkort
küssenkussen
landenlanden
Landsleute, dielandgenoten, de
lassenlaten
Lebensmittel, dielevensmiddelen, de
leerenlegen, leegmaken
legitimierenlegitimeren
Lehrerin, dielerares, de
leiderhelaas
lernenleren
lieblief
liebenhouden van
lieberliever
liegenliggen
linkslinks(af)
Liste, dielijst, de
Löffel, derlepel, de
machenmaken, doen
mailenmailen
malkeer/eens, een
manmen
manchmalsoms
März, dermaart
Maß, dieliterglas (bier), het
Matjes, die(zoute) haringen, de
Meer, daszee, de
mehrmeer
Mehrbettzimmer, dasmeerbedkamer, de
meinenmenen, vinden
Menge, diehoeveelheid, de
Messer, dasmes, het
michmij
mietenhuren
Minibar, dieminibar, de
Minute, dieminuut, de
mitmet, mee
mitfahrenmeerijden
mitmachenmeedoen
mitnehmenmeenemen
Mittagstisch, derlunchmenu, het
möchtezou graag willen
Mode, diemode, de
mögenmogen, houden van
Moment, dermoment, het
morgenmorgen
Mountainbike, dasmountainbike, de
mückenfreimuggenvrij
Museum, dasmuseum, het
müssen - ich muss/Sie müssenmoeten
nachna, naar
Nachkriegszeit, dietijd na de oorlog, de
nächstvolgend
nachsynchronisierennasynchroniseren
Nacht, dienacht, de
Nähe, dienabijheid, de
Name, dernaam, de
Nationalität, dienationaliteit, de
natürlichnatuurlijk
nebennaast
nehmen/genommennemen
neunieuw
nichtniet
nichtsniets
NiederländischNederlands
nochnog
normalerweisenormaal gesproken
notierennoteren
Nummer, dienummer, het
nuralleen/slechts
obof
obenboven
Ober, derober, de
Obst, dasfruit, het
Ochse, deros, de
oderof
öffnenopenen
Öffnungszeiten, dieopeningstijden, de
ohnezonder
Ort, derplaats, de
Ostseebad, dasOostzeebadplaats, de
Packung, dieverpakking, de
Parkplatz, derparkeerplaats, de
Partnerin, die(vrouwelijke) partner, de
Pass, derpaspoort, het / pas, de
Passnummer, diepaspoortnummer, het
Personen, diepersonen, de
Pfad, derpad, het
Pfanne, diekoekenpan, de
Pilsner, einpilsje, een
Pinkarte, diebetaalkaart, de
Piste, diepiste, de
Plan, derplattegrond, de /plan, het
Portion, dieportie, de
Post, diepost, de
Postamt, daspostkantoor, het
Preis, derprijs, de
primaprima
proper
probierenproberen
Problem, dasprobleem, het
prositproost
Prospekt, derfolder, de
Qual, diepijn, de
Qualität, diekwaliteit, de
Radio, dasradio, de
Radklemme, diewielklem, de
Radler, derbier met limonade, het
ratenraden, adviseren
Reaktion, diereactie, de
Rechnung, dierekening, de
Recht habengelijk hebben
rechthaberischbetweterig
rechtsrechts(af)
Regenschauer, derzware regenbui, de
reichenvoldoende zijn
reisenreizen
rennenrennen
reservierenreserveren, bespreken
Restaurant, dasrestaurant, het
Rheinfall, derwaterval in de Rijn, de
richtigjuist/correct
Richtung, dierichting, de
Rinderleber, dierunderlever, de
Rolltreppe, dieroltrap, de
rotrood
Rotwein, derrode wijn, de
Rückfahrkarte, dieretourtje, het
ruhigrustig
sagenzeggen
schadejammer
schaltenschakelen
Schauspiel, dasschouwspel, het
schlafenslapen
Schloss, daskasteel, het
Schlüssel, dersleutel, de
schnellsnel
Schokolade, diechocolade, de
schonal, reeds
schönmooi
Schuhe, dieschoenen, de
Schule, dieschool, de
Schütze, derschutter, de
schwarzzwart
Schwarzbier, dasdonkere bier, het
schwellenzwellen
Schwimmbad, daszwembad, het
sechszes
See, dermeer, het
Seebad, dasbadplaats aan zee, de
sehen/gesehenzien
Sehenswürdigkeit, diebezienswaardigheid, de
sehrzeer, heel
seitsinds
selbstzelf/zelfs
sendenzenden
Seniorenteller, derseniorenmenu, het
sich anhörenklinken
sich benehmenzich gedragen
sich etwas anseheniets bekijken
sich freimachenzich uitkleden
sich nähernnaderen
sich sehenelkaar ontmoeten
sich überlegennadenken over
sicherzeker, veilig
Sieu
Skifahrer, derskier, de
Skilehrer, derskileraar, de
Skipass, derskipas, de
Skiunterricht, derskiles, de
solchezulke
sollenmoeten
Sommer, derzomer, de
sondernmaar
Sonne, diezon, de
Sonntag,derzondag,de
sonntagszondags
sonstanders
SpanischSpaans
spätlaat
späterlater
Speise, diegerecht, het
Speisekarte, diemenukaart, de
Spezi, dercola met limonade, de
Sprache, dietaal, de
sprechenspreken
Stadtplan, derplattegrond, de
starksterk, flink
Stau, derfile, de
stechensteken
stehenstaan
steilsteil
steinfreizonder stenen
Stellplatz, derstaanplaats, de
stimmenkloppen
Stock, derverdieping, de
Strand, derstrand, het
Strandkorb, derstrandkorf, de
Straße, diestraat, de
Straßenbahn, dietram, de
Strom, derstroom, de
studierenstuderen
Stunde, dieuur (tijdsduur), het
Sturmböen, diestormvlagen, de
suchenzoeken
Supermarkt, dersupermarkt, de
sympathischsympathiek
Tag, derdag, de
Tagesausflug, derdagexcursie, de
Tageskarte, diedagkaart, de
täglichdagelijks
Tasse, diekop(je), het
teilweisegedeeltelijk
Telefon, dastelefoon, de
telefonierentelefoneren
telefonischtelefonisch
Teller, derbord, het
Temperatur, dietemperatuur, de
teuerduur
Tief, daslagedrukgebied, het
Tiefe, diediepte, de
Toilette, dietoilet, het
tollfantastisch
Treff, derontmoetingsplaats, de
treffentreffen, ontmoeten
trinkendrinken
Trottel, dersukkel, de
T-Shirt, dasT-shirt, het
tundoen
tut mir Leidhet spijt me
U-Bahn, diemetro, de
übelnehmenkwalijk nemen
überover
übermorgenovermorgen
übernächsttweede volgend, als
Übernachtung, dieovernachting, de
überquerenoversteken
Übersetzer, dervertaler, de
umdrehenomdraaien
Umgebung, dieomgeving, de
Umkleidekabine, diepaskamer, de
umsteigenoverstappen
umtauschenruilen
unbescheidenonbescheiden
ungefährongeveer
Unsinn, deronzin, de
Untergeschoss, daskelderverdieping, de
Unterhemd, dashemd, het
Unterschlupf, derschuilplaats, de
unterschreibenondertekenen
Unterschrift, diehandtekening, de
Unterwäsche, dieondergoed, het
unterzeichnenondertekenen
Unverschämtheit, diebrutaliteit, de
Unwetter, dasnoodweer, het
ursprünglichoorspronkelijk
Vater, dervader, de
verdienenverdienen
vereinzeltaf en toe
vergessenvergeten
vergleichenvergelijken
verhungernverhongeren
verkaufenverkopen
vermutlichvermoedelijk
verstehenverstaan, begrijpen
verzehrengebruiken
verzeihenvergeven
Verzeihungpardon
vielen Dankhartelijk dank
vielleichtmisschien
Viertelkwart
Viertel, daswijk, de
Vierteljahrhundert, daskwart eeuw, de
Vollidiot, dertotale idioot, de
volllaufen lassenlaten vollopen
Vollpensionvolpension
vonvan, door
von dort ausvan daar uit
vorigevorige
vorschlagenvoorstellen
wählenkiezen
wahrwaar
wahrscheinlichwaarschijnlijk
Wand, die(binnen-)muur, de
wandernvoettocht maken, een
Wanderung, dievoettocht, de
wann?wanneer?
wartenwachten
warumwaarom
was?wat?
waschenwassen
WC, daswc, de
wechselnwisselen
Weg, derweg, de
Wein, derwijn, de
Weinschorle, diewijn met spuitwater, de
Weißwein, derwitte wijn, de
Weltkrieg, derwereldoorlog, de
wenigweinig
wenigstenstenminste
wennals, wanneer
wer?wie?
werdenworden
Wespe, diewesp, de
Wetter, dasweer, het
Wettervorhersage, dieweersvoorspelling, de
Whiskey, derwhiskey, de
wiehoe, zoals
wie bitte?pardon?
wiederweer
Wiederherstellung, diereparatie, restauratie, de
Wiederschauentot ziens
wievielhoeveel
willkommenwelkom
wirklichwerkelijk
wischenlappen, wissen
wissen - ich weiß/Sie wissenweten
wo?waar?
Woche, dieweek, de
Wochenpass, derweekpas, de
wohlwel
Wohnwagen, dercaravan, de
wolkenlosonbewolkt
wollenwillen
womitwaarmee
wunderbarprachtig
wunderschönprachtig
Wunsch, derwens, de
wünschenwensen
würdenzouden
Wurzel, diewortel, de
zahlenbetalen
zählentellen
zehntien
Zehn Euroschein, der10-eurobiljet, het
zeigentonen
Zeitung, diekrant, de
Zelt, dastent, de
Zentrum, dascentrum, het
Zettel, derblaadje (papier), het
Zimmer, daskamer, de
Zimmersafe, derkamersafe, de
Zufall, dertoeval, het
Zug, dertrein, de
zurückterug
zusammensamen
zweimaltweemaal
Zwiebel, dieui, de
Ready to learn about Teleac_DE-NL?